Al twintig jaar een trouwe club

Oenofobie. Angst voor wijnen. Een vreemde naam voor de wijnclub die op 14 januari haar twintigjarige jubileum vierde. ,,De naam komt uit een spelletje”, vertelt Jan Boudesteijn, een van de medeoprichters van de club. ,,Het doel van het spel was om je wijnkennis te testen door middel van allerlei vragen. Eens zat daar de vraag ‘weet u wat een oenofoob is?’ tussen. Het was zo tegenstrijdig dat het te leuk was om te laten liggen.”

De wijnclub komt voor voort uit de wijnhobby van Boudesteijn en Ton Visser. ,,Samen met Robert Boer hebben we ooit een wijncursus gevolgd”, herinnert Visser zich. ,,Dat was van de Stichting Vakopleiding Horeca. Die cursus was eigenlijk bedoeld voor mensen die in de horeca werkten. Mensen die de wijnkaart in restaurants samenstelden of die bij een slijterij in dienst waren. Voor ons was het echt een hobby.” In die tijd brachten Boudesteijn en Visser de zondagen samen door om de wijnen te proeven. Zo leerden zij bijvoorbeeld welke druif er in de wijn zat. ,,Uiteindelijk hebben we examen gedaan en hebben we een certificaat voor wijnmeester ontvangen.”

Na de cursus vonden Boudesteijn en Visser de hobby té leuk om ermee te stoppen. ,,Met vrienden die ook een gezonde voorliefde voor wijn hebben zijn we toen de wijnclub gestart. We begonnen toen met negen man en we zitten nu op elf leden.” Dat de club zeer trouwe leden heeft, blijkt wel uit het feit dat er bijna nooit afberichten zijn en dat in de voorgaande twee decennia slechts één lid uit de club is verdwenen. ,,En dat komt omdat Joost toen ver uit de buurt is gaan wonen”, licht Visser toe.

Thema
,,De club is zo georganiseerd dat de gastheer de pisang is”, legt Boudesteijn uit. ,,Met elf leden hebben we dus elf clubavonden per jaar. Dat houdt in dat je tien avonden per jaar achterover kan leunen. Maar wanneer het jouw beurt is, dan moet je vlammen. Er zit veel werk in de voorbereiding. Je kiest een thema. Dat kan overigens van alles zijn; een druifsoort, een land of streek maar ook de grondsoort of de vinificatiemethode.”

,,Soms doen we ook wel iets ludieks”, springt Visser bij. ,,Tijdens de Olympische Spelen doen wij bijvoorbeeld de Vinolympics. Dan nemen we wijnen uit landen die meedoen en beoordelen we wie er goud, zilver en brons krijgen. We hebben ook een vast proefformulier waarop we punten geven aan de kleur, de geur, de smaak en de algemene score.” Maar als je aan de beurt bent, wordt er hoe dan ook wel wat van je verwacht.”

,,Ja het is niet zo dat je een land kiest en vervolgens tien dure wijnen haalt”, vervolgt Boudesteijn weer. ,,Je moet betaalbare, goede wijnen vinden. En het liefst nog een beetje divers ook. Hapjes hoeven niet per sé, maar als je tien of elf flessen wijn hebt, moet er wel wat brood bij hoor.” Visser: ,,Echt proevers spugen de wijn uit. Maar wij zijn geen echte proevers. Wij zijn liefhebbers.”

Ondanks dat ze geen echte proevers zijn, hebben de leden van de club sinds kort wel allemaal een eigen ‘tastevin’. ,,In Frankrijk zie je dat veel op beurzen”, vertelt Visser. De tastevin is een verzilverd proefschaaltje dat je om je nek draagt. ,,Als je daar een beetje wijn in doet, kan je de kleur en de fonkeling goed beoordelen. Het is een soort mini-proeflab. De wijnbroederschappen in Frankrijk hebben allemaal hun eigen tastevin en na twintig jaar verdienden wij er ook wel één.”

Op de clubavonden blijken de oude wereld-wijnen nog altijd het beste te scoren. ,,Bij wijnen uit de nieuwe wereld wordt een Chardonnay gemaakt zoals de massa vindt dat hij moet smaken”, legt Boudesteijn uit. ,,Bij de oude wereld-wijnen zijn ze afhankelijk van het weer. In Frankrijk mogen ze in sommige gebieden bijvoorbeeld niet bevloeien als het droog is. Maar in de nieuwe wereld gooien ze er dan gewoon water bij. Ze zijn er minder afhankelijk van factoren.”

Bordeauxstreek
Behalve de clubavonden gaat De Oenofoob ook wel eens buitenshuis weg. ,,Het ene jaar doen we met de partners een etentje of een barbecue. Het andere jaar gaan we naar een wijnstreek toe. Volgend jaar gaan we naar de Bordeauxstreek, daar zullen we ook een paar châteaux bezoeken”, vertelt Visser.

,,Soms doen we ook een blinde proeverij. Dat is nog wel eens confronterend”, lacht Boudesteijn. ,,Na twintig jaar denk je wel verstand te hebben van wijnen. Maar dan doe je zo’n blinde proeverij en dan besef je dat er nog wel twintig jaar bij mag.”

Uit Dagblad Kennemerland 31-01-2017

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *